Ode aan Marius de Giraf

Ik was een jaar of veertien toen ik in een dierentuin liep, een giraf zich over het hek boog en me met een schurende tong een kus op mijn wang gaf. Achteraf had ik daar niet moeten lopen. De giraf, een ziel levend in een gevangenis die in de verste verte niet lijkt op de beboste savanne ten zuiden van de Sahara, had daar niet opgesloten moeten zitten. Ik moest er door het verhaal van giraf Marius weer aan denken…

Marius die ten overstaan van ramptoeristen werd vermoord met een slagpen en wiens dode lijf tentoongesteld werd aan het publiek. Arme Marius. En natuurlijk vindt een dierenliefhebber zoals ik dat ook ontzettend zielig. Reacties op internet verbazen mij echter enorm. Ineens blijken mensen niet te willen leven in een wereld waarin zulk soort dingen gebeuren. Wordt er een petitie-site voor Marius opgericht. Vreest men dat kinderen de akelige beelden van het journaal niet van hun netvlies krijgen. Maar toch eet het gros ’s avonds een biefstukje of prikt een lammetje. Onbekend maakt onbemind.

Dat Marius wordt opgevoerd maakt mensen nog verdrietiger. Mede omdat er opvangplekken voor de langnek waren. Liever hebben we dan dat Bertha 378 wordt opgevoerd. Buiten het zicht wordt afgeslacht onder toezicht van eigen soortgenoten. En voor Bertha 378 wordt er geen petitie-site gemaakt. Die wordt gewoon opgegeten. Wat niet weet, wat niet deert. Maar met Marius was het anders. Hij was bijzonder. Was een giraf. En er was plek… Ja, er was plek. Een mooie plek waar hij heel de dag in een voor giraf geestdodende omgeving had kunnen staan en waar bezoekers hem pinda’s hadden kunnen voeren.

Er bestaat overigens een naam voor de groep overtollige dieren in dierentuinen, “Het Surplus”. Die overtollige dieren zijn vaak mannelijke dieren, net zoals Marius, want die kun je niet te veel in een diergroep hebben. Met mannelijke dieren kunnen we sowieso niet zo veel, dat zijn de hakselaardieren waar geen levend vermalen haantje naar kraait.

Wat veel mensen niet schijnen te weten, is dat dit soort praktijken aan de orde van de dag is in dierentuinen. Van jonge dieren die geboren worden, staat meestal al vast dat ze het eind van het jaar niet halen en opgevoerd zullen worden aan andere dieren of in onderdelen verkocht zullen worden aan de Chinese medicijnindustrie. Ook beschermde dieren worden zonder pardon doodgemaakt in dierentuinen, zelfs diersoorten die met uitsterven bedreigd worden! Alles wat eetbaar en op te voeren is, wordt als het overtallig is, gedood. Een ander niet-eetbaar deel verdwijnt, dood (leuk om op te zetten of om tapijtjes van te maken) of levend, in de handel. En laat dat nou net de handel zijn waar niemand op zit te wachten. Zulke dieren kunnen dan rondjes lopen in de piste van een circus, mogen optreden in nachtclubs, krijgen kleertjes aan om met jou op de foto te kunnen als je naar het buitenland gaat of krijgen elektroden op hun kop als ze verkocht worden aan de vivisectie. En dat is niet illegaal. Dat mag gewoon met dierentuindieren. Een velletje kan soms ook behoorlijk veel opbrengen. Een galspuwende beer is handig in de medicijnindustrie, want berengal brengt ook in deze tijd nog steeds meer op dan cocaïne. Met wilde dieren mag dit allemaal niet, dan is het zielig en strafbaar. Maar in dierentuinen kan lucratieve handel worden bedreven, waarmee wetten omzeild kunnen worden, waarvan je identificatiechips kunt overspuiten in andere beesten en waar je op papier “vernietigd” mag schrijven om zo dieren “te witten” en om te katten voor andere doeleinden. Ambtenaren zien er op toe dat regels nageleefd worden, maar in Nederland weten we allemaal hoe ambtenaren werken die zelf al aangeven dat dierentuindieren geen prioriteit hebben.

Er zijn overigens landen die voor dierentuindieren speciale wetten kennen. Beschermde soorten mogen daar niet zomaar afgeschoten worden. En om die wetten te omzeilen verkassen dierentuindirecteuren de dieren gewoon naar landen waar dat wel mag. Probleem ook weer opgelost. Afgeschoten? Ja hoor, want als er een gewone euthanasie toegepast wordt, zijn ze niet meer eetbaar. En geef nou toe, dat zou zonde zijn.

Diezelfde dierentuindirecteuren blazen hoog van de toren. Zeggen mannetjes en vrouwtjes te scheiden, eitjes te schudden opdat ze niet uit zullen komen en zetten dieren aan de pil. Maar toch moet er ieder jaar even jonge aanwas in beeld gebracht worden, dus wordt het dier dat te oud is opgevoerd en mag een dochterlief de taak overnemen in de onnatuurlijke habitat. Want als er niet gefokt wordt dan rinkelt de kassa niet. Dat allemaal omdat het leuk is om kindertjes ieder jaar te laten zien hoe de jonkies van dieren eruitzien, want zonder jong spul trekt een dierentuin weinig bezoekers. En steeds moeten er nieuwe soorten komen, want op een gegeven moment weet iedereen wel hoe een baviaan en een zebra eruitzien. Het is logisch dat er dan “wat opgeruimd wordt”.

Wat ook wel lucratief is in dierentuinen, is om soorten te kruisen en daar dan weer onnatuurlijke bezienswaardigheden van te maken. Zoals de Liger en de Tigon. Hartstikke leuk om eens te zien toch? Als er moeilijk aan nieuwe modedieren te komen is, wordt de populatie aangevuld met wildvang. Dan worden de giraffen opgeruimd, zodat ze plaats kunnen maken voor wat anders. Dan schieten we Marius dood, want dat was bovendien toch maar een inteeltje. En daar zijn er al meer dan genoeg van. Bovendien weet iedereen nu wel dat een giraf een lange nek heeft en wat vlekken. En wie denkt Marius dat hij was? Bijzonder? Nee, hij had alleen een naam, was niets anders dan bastaardje Bertha de zoveelste. En Bertha wordt gegeten en dus Marius ook. Alleen Marius zagen we sterven en de doodstrijd van Bertha zien we niet. Daar worden we alleen mee geconfronteerd als er eens eentje ontsnapt uit een slachthuis, die dan natuurlijk meteen gered moet worden. Want als we het niet zien is het niet zielig en liggend op een bordje lijkt Bertha niet meer op een koe. Maar Bertha was ook mooi. Die had ook vlekken!

Wie denken we dat we zijn, als we kaartjes kopen om naar een mislukte Ark van Noach te kijken? Doen we de nazaten van wilde dieren daar een plezier mee? Dieren die zelfs al ze een heel terrein tot hun beschikking hebben, leven in omstandigheden die niet matchen met het uitgestrekte leefgebied dat ooit voor hen of voorvaderen een realiteit was? En ach, dood hoort erbij, toch? Als je het acceptabel vindt dat Bertha opgegeten wordt, wees dan niet hypocriet om tranen te laten vloeien over Marius.

Het zou fijn zijn als de dood van Marius meer betekenis krijgt. Niet alleen voor giraffen en dierentuindieren, maar ook voor kinderboerderijcavia’s, circusaapjes en walvisachtigen die dol-fijn door een hoepeltje mogen springen. Het zou sowieso prettig zijn als mensen eens wat meer gaan nadenken. Kinderen juist leren wat voor leed er achter dierentuinen schuilgaat en ze te onderwijzen over de schaduwzijde die aan de dierenwereld kleeft. Dat voorkomt meteen vragen van randstedelingen van 40+ over mijn kippen… “Of die eitjes van kippen met een vrij leven in onze tuin wel te eten zijn?” Ja, die zijn te eten, ja!!

Als je echt begaan bent met het lot van Marius, probeer hem dan als een les te zien en daar een lering uit te trekken. En doe er gewoon niet aan mee. Koop geen kaartjes meer voor vermaak met dieren. Je kunt Marius zijn leven niet meer teruggeven, maar je kunt wel betekenis geven aan zijn dood. En als je daar dieper over nadenkt zou je ook iets kunnen betekenen voor Bertha. Aan jou de keuze.

Monique Hendriks

Geraadpleegde bron: Surplus in de dierentuin, Bert Huisjes, AD 13-11-1999.
Petitie: petitie.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord