Dag lief Kleintje

Chinchilla Kleintje

In 2002 werd Kleintje geboren, een chinchilla’tje dat veel te klein en te mager ter wereld kwam. Een diertje waarvan je weet dat het een wonder is als het zal overleven. (Zie fotootjes rechts.) Met name omdat Kleintje verstoten werd door haar moeder, leek dat toch een tekentje te zijn dat moeder natuur een foutje had gemaakt.
Tegen beter weten in, besloot ik haar zelf groot te brengen. Om de paar uur, dag en nacht, voerde ik het frummeltje handmatig en behandelde ik haar met kruiden. Ik werd voor gek verklaard, want als er zoiets gebeurde “was dat niet voor niets” en kon ik beter “zo’n diertje gewoon maar laten gaan”. Dat zou dan het “beste” zijn, mede omdat ik mezelf een hoop verdriet zou aandoen als ik na mijn poging haar te redden, alsnog afscheid moest nemen omdat het niet zou lukken. En ja, ik weet dat verstoten dieren vaak niet te redden zijn, maar vind dat ieder zieltje een kans moet hebben, of het nou om mensen of dieren gaat en gelukkig ben ik met een lieve man getrouwd die daar ook zo over denkt en me altijd helpt op dat vlak, net zoals destijds. Het wonder geschiedde, Kleintje kwam er bovenop. Op de foto’s rechtsboven kun je dat verloop zien.
Lang was ze dan ook “het chinchilla’tje dat waarschijnlijk niet oud zou worden”.

Met veel moeite introduceerde ik kleintje nadien bij haar soortgenoten, waar ze natuurlijk heel erg aan moest wennen, want ze was immers door een mens opgevoed. Ook haar soortgenootjes vonden haar aanvankelijk maar raar, want ik heb veel voor haar kunnen doen, maar haar niet kunnen leren hoe ze zich als chinchilla moest gedragen. Toen haar moedertje besloot haar weer te accepteren, wist ik dat mijn taak erop zat en dat ze toen fijn een echte chinchilla kon gaan worden. Haar moeite met soortgenoten bleef ze houden en goddank lukte het me om haar uiteindelijk aan een andere overgebleven chinchilla te koppelen toen ze wat ouder was en haar moeder overleed. Hier zijn de chinchilla’s allemaal heel oud geworden, op een enkeling na (die overleden zijn door foutieve handelingen van dierenartsen). Onze chins behaalden gemiddeld de leeftijd van 20 jaar.

Bijzonder aan chinchilla’s is dat ieder die veel met deze dieren omgaat, al gauw merkt dat ze onderling een hele hechte band hebben en dat die zelfs zo ver reikt dat ze als er een chin gaat sterven, een doodsritueel uitvoeren. Als we al niet voelden dat er met een chinchilla iets mis was, dan konden we het wel horen aan de geluiden in de kooien. Chinchilla’s maken voornamelijk een geluidje dat “blaffen” genoemd wordt, een term die wel aardig past. Echter als er een chinchilla stervende is in een hechte groep, dan beginnen deze diertjes hele andere geluiden te maken, die het meest doen denken aan indianengezang. Het zijn bijzondere kreten met soms wat gestamp erbij. Menig keer zijn Jean en ik daar getuigen van geweest.
Kleintje was de laatste die overbleef en zij zou zo’n afscheid dus niet krijgen.

Mijn eerste chinchilla was een minkukeltje dat ik heb gered uit een bontfokkerij. Ik was toen een jaar of 17 en uitgenodigd door een bontfokker die vond dat ik eerst eens bij een bontfarm moest kijken voordat ik erover oordeelde. Ik ging kijken, veranderde absoluut niet van mening en ging naar huis met een doosje achterop mijn fiets met daarin een zeer gehavende chinchilla waarvan hij me had gezegd dat hij het beest de nek om ging draaien omdat het dier nergens meer goed voor was. (Ter info: In een kort jasje worden 200 chinchilla-huiden verwerkt, maar er moeten er 400 voor sterven, omdat gemiddeld genomen 1 op de 2 huiden wordt afgekeurd. Dieren die zich qua vacht dus niet goed ontwikkelen, worden door zulke lui dus al voortijdig gedood. Tegenwoordig zie ik ze helaas weer vaak lopen, de mensen met jasjes, tasjes en kraagjes van chinchillabont. Ziekmakend!)
Ik heb dat chinchilla’tje toen opgelapt en er gauw voor gezorgd dat ze een soortgenoot kreeg, nadat ik me wat had ingelezen over de voor mij totaal onbekende diersoort, die in die tijd nog maar weinig als huisdier werd gehouden en waarover dus ook maar zeer schaars informatie te vinden was. Later ben ik meer chinchilla’s gaan opvangen. Onze weerzin tegen kooien trotseerden we door ze hele grote kooien te geven. Maar eigenlijk is ook dat niet goed, want zulke dieren horen niet in een huiskamer te leven, maar lekker in het Andes-gebergte te wonen, waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Wie graag chinchilla’s wil houden, wil ik dan ook met klem ontraden om met ze te fokken en adviseren om te kiezen voor opvangchinchilla’s en geboorte beperkende maatregelen te nemen, uitgevoerd door een kundige dierenarts met verstand van chinchilla’s.

Kleintje was een “foutje”. Het was niet mijn bedoeling om met chinchilla’s te fokken, maar haar oude moedertje dat we geadopteerd hadden, bleek zwanger te zijn afgestaan aan de opvang. Eentje meer of minder maakte ons niet uit, maar we hebben toen wel het besluit genomen om er geen chinchilla’s meer bij te nemen en onze chinchilla-populatie die toen uit 10 chins bestond, door natuurlijk verloop te laten slinken.
Het zijn lieve diertjes, maar mede omdat ze zo oud worden, komt er een moment waarop je jezelf dan toch moet afvragen of je b.v. op je 65e nog zin en puf hebt om die verzorging te dragen. Daarbij komt ook dat de uitdrukking “één chinchilla is géén chinchilla” voor deze diersoort opgaat. Chinchilla’s zijn groepsdieren bij uitstek en een eenzame chinchilla kwijnt nogal gauw weg bij een gemis aan soortgenoten. Misschien moest het dus zo zijn, dat uitgerekend Kleintje, die het in haar jonge leven met mijn hulp moest zien te rooien, op haar oude dag opnieuw genoegen moest nemen met mij. Bovendien zou ze niet makkelijk te koppelen zijn aan een andere chinchilla, had ze de laatste jaren een (weliswaar goedaardig) kankergezwel ontwikkeld en wisten we daardoor dat ze ineens toch weer “het chinchilla’tje was dat niet zo oud zou worden.”
De laatste der Mohikanen.

Vandaag hebben we helaas afscheid moeten nemen van “Kleintje”…
Ik heb altijd een speciale band gevoeld met Kleintje omdat ik haar heb grootgebracht. Ik meende dat zij dat ook zo voelde, ze kende me immers heel goed en leek me compleet te vertrouwen. Soms denk je dat je dat zelf dan graag zo ziet, maar vandaag leverde ze me het bewijs dat die band geheel wederzijds was.
Ze was al een chinchilla’tje van de dag en we hielden haar daarom heel goed in de gaten.
Tot gisteravond functioneerde ze gewoon zoals een chinchilla hoort te zijn. Ze at haar appeltjes, knabbelstaafje en andere lekkernijtjes.
En ineens had ik gisternacht het idee dat ze me riep. Gewoon zo’n voorgevoel dat er iets niet goed was met haar.
Ik pakte haar uit de kooi en er leek wel iets aan de hand te zijn maar ze bewoog nog wel gewoon.
Ik liep met haar naar de bank en na een minuut op mijn schoot te zitten, was het helemaal mis. Ze verslapte. Aanvankelijk leek het erop dat ze lag te sterven, maar omdat ze wel bleef ademen, creëerden we uiteindelijk een zijdezacht bedje voor haar in een bakje. Het was al laat en als ze deze ochtend niet zelf zou heengaan, zouden we haar naar de dierenarts brengen voor dat laatste (akelige) zetje. Om de beurt bleven we bij haar waken.
Ik zat op afstand van het bedje en ineens was daar een blauwe lichtflits. Ik liep direct naar het bedje, ze ademde nog steeds, maar bleek in een diepe coma te zijn beland. Ik vermoed dat de lichtflits haar zieltje was dat toen al het lichaam verliet.

Ik besloot de nacht wakker in haar nabijheid te blijven en zei tegen Jean dat hij beter even kon slapen om iets fitter naar de dierenarts te rijden als dat ’s ochtends nodig mocht zijn. Ik trok me terug in een hoekje van de woonkamer bij een leeslamp met een boek. De leeslamp had ik op een gedimde stand gezet zodat ze geen last zou hebben van het licht. Ieder uur ging ik kijken bij het bakje. Hopende dat ze gewoon in staat was thuis te sterven. Zo ging ik ook rond 07.00 nog een keertje kijken en ze ademde toen nog steeds. Omstreeks 7.15 werd mijn leeslamp ineens helemaal fel en verlichtte de kamer met de aller-felste stand. Gewoon vanzelf! Het betreft een lamp die uit vijf lampen bestaat en op die meest felle stand, was dus ineens de hele woonkamer fel verlicht. Daarna schoot de lamp weer in de gedimde stand.
Ik stond op. Twijfelde. Wilde het arme diertje niet continu lastig vallen met mijn controles, maar ik beschouwde het felle licht als een teken. En ja, ze bleek gestorven…

Het is niet alleen een afscheid van Kleintje maar ook een afscheid van een chinchilla-tijdperk in ons leven.
Voor mijn gevoel heeft ze me een tekentje gegeven dat ze een goede overgang heeft gemaakt en dat is wel heel geruststellend.
Kleintje, deze is voor jou:

Dit bericht is geplaatst in Onze dieren. Bookmark de permalink.

Geef een reactie